The Road to Paris is de route naar energielabel-C en verder

Per 1 januari 2023 moeten alle kantoren in Nederland groter dan 100 m² minimaal voldoen aan energielabel-C. Als de eigenaar dit label niet kan overleggen mag het gebouw niet meer worden gebruikt als kantoor. Een flinke uitdaging, want op dit ogenblik voldoen tientallen miljoenen vierkante meter kantoren nog niet aan energielabel-C. Het zal dus nog een hele toer worden voor gebouweigenaren om deze afspraak, voortvloeiend uit het in 2015 gesloten Klimaatakkoord van Parijs, na te komen.

En er gaan stevige sancties op staan bij het niet voldoen aan het vereiste label, variërend van boetes tot sloop of onteigening. Natuurlijk hoeft het niet zover te komen, want er zijn marktpartijen die zich inzetten om gebouweigenaren te ondersteunen op weg naar de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs en het op korte termijn vereiste C-label voor kantoren. The Road to Paris is zo’n initiatief waarin vijf gespecialiseerde bedrijven samenwerken om het vereiste energielabel-C voor 1 januari 2023 te verkrijgen. Een label dat overigens nog maar een eerste stap vormt op weg naar de uiteindelijke doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs. In 2030 moeten alle kantoren namelijk energielabel-A hebben en in 2050 zelfs energieneutraal zijn.

De oplossing

De bedrijven verenigd in The Road to Paris, Koers Groep, Ingenieursbureau IOB, MAIN Energie, SPIE en Goodmorrow, willen via een gestructureerd stappenplan de verduurzaming van kantoren projectmatig aanpakken. Ze werken daarbij samen met een team specialisten op het gebied van isolatie, gevels, daken en installaties. Omdat ieder gebouw anders is, bestaat er geen standaardoplossing. De focus van The Road to Paris ligt op energiebesparing, omdat dat de meest efficiënte manier is om te verduurzamen. Om de energieprestatie van een gebouw te verbeteren, zijn  in de eerste plaats bouwkundige verbeteringen van de gebouwschil nodig, zoals isoleren van daken of het vervangen van de gevelbeglazing. Dat is cruciaal bij vooral oudere kantoorgebouwen. Deze energiebesparende maatregelen moeten aangevuld worden met organisatorische (gedrags-)maatregelen. Bijvoorbeeld een optimalisering van de kantoorbezetting, de verplaatsing van de schoonmaak naar overdag en het scherper stellen van de openingstijden van het gebouw. Verdere besparende maatregelen worden gevonden in het beter inregelen van bestaande installaties. Door slimme meettechnologie en energiemanagement kan sluipverbruik en inefficiëntie belangrijke energiebesparing opleveren.   

De financiële gevolgen

De druk om te verduurzamen wordt opgevoerd. Niet alleen door de overheid, maar ook door de banken. Verschillende banken hebben al aangegeven dat er in de toekomst geen kredieten worden verstrekt aan zogenaamde ‘bruine gebouwen’ met label D tot en met G. Verwacht wordt dat gebouwen die niet verduurzaamd zijn, binnen vijf tot tien jaar sterk in waarde zullen dalen. Uit een recent onderzoek van de Universiteit van Maastricht in samenwerking met ING Real Estate Finance blijkt dat het verduurzamen van kantoorpanden loont. Energiezuinige kantoorpanden zijn circa 9% meer waard en leveren zo’n 10% hogere huuropbrengsten op dan kantoorpanden die niet energiezuinig zijn. De marktwaarde en de huuropbrengsten stijgen dus, terwijl de investeringen na vier jaar zijn terugverdiend, zo blijkt uit datzelfde onderzoek. Niet verduurzamen is dus verkeerde zuinigheid.

Kijk voor meer informatie en de whitepaper op www.theroadtoparis.nl